ABORTUSSEN EN UITVOERINGSMISLUKKINGEN

Wij definiëren herhaalabortussen als zodanig wanneer tenminste twee zwangerschappen geëindigd zijn in een abortus.

We praten over implantatie falen wanneer een patiënte niet zwanger is geworden na een aantal overdrachten met embryo’s van goede kwaliteit.

We kunnen van mening zijn dat herhaalabortussen en herhaalimplantatie mislukkingen hetzelfde voorstellen. Bij implantatie falen, vinden de transformaties plaats voordat het embryo zich heeft kunnen ontwikkelen in de baarmoeder.

Wat zijn de oorzaken van abortussen of implantie falen?

De belangrijkste oorzaken van abortus of implantatie falen zijn:

Genetica:

Het is de meest voorkomende oorzaak van herhaalde abortussen en implantatie falen. Genetische afwijkingen van embryo´s kunnen ervoor zorgen dat deze niet geïmplanteerd worden of dat de zwangerschap eindigt in een abortus.

Veel van de embryo’s met genetische afwijkingen kunnen een normale ontwikkeling in het laboratorium doorgaan zodat de enige manier om ze te identificeren het uitvoeren van een pre-implantatie genetische diagnose is.

Genetica-01-01

Baarmoeder:

De belangrijkste oorzaken bij de baarmoeder voor herhaalde abortussen en implantatie falen zijn:

  • Chronische infecties van de baarmoeder die asymptomatisch blijven.
  • Transformaties van de baarmoederholte zoals poliepen, vleesbomen, de wanden of verklevingen.
  • Veranderingen in baarmoederslijmvliesreceptiviteit door afwijkingen bij de implantatiekans. Dit is de periode waarin de baarmoeder door progesteron ervoor kan zorgen dat een embryo zich implanteert. Dit duurt tussen de 2-6 dagen.

Antifosfolipidensyndroom:

Bij het Antifosfolipidensyndroom produceert de moeder antistoffen die de placenta kunnen beïnvloeden door trombo-embolie verschijnselen, wat de doordringing van het baarmoederweefsel moeilijk gemaakt wordt door trofoblast op het moment van de embryo- implantatie. Dit kan leiden tot een verloren zwangerschap.

Stollingsstoornissen:

Trombofilie verhoogt het risico op trombose. Deze trombose beïnvloedt het placentatieproces van de zwangerschap dat kan eindigen in abortus. Soms vinden deze veranderingen vroeg plaats, zodat de embryo-implantatie geen effect heeft.

Immuunsysteem:

Zodat de zwangerschap zich ontwikkelt is het noodzakelijk dat het immunotolerantie fenomeen optreedt dat een vrouw de mogelijk geeft een kind gedurende negen maanden in haar lichaam te dragen zonder dat het lichaam het aanvalt omdat het als een vreemd lichaam word beschouwd. Elke wijziging in deze immunologische reactie van de vrouw kan er tot leiden dat het embryo niet geïmplanteerd word en daarvoor kan eindigen in abortus.

Endocriene:

Bepaalde hormonale stoornissen, voornamelijk schildklierproblemen kunnen gepaard gaan met herhaalde abortussen.

Hoe worden de oorzaken van abortus of implantatie falen gediagnosticeerd?       

De studie van herhaalde abortussen en implantatie falen moeten de volgende tests bevatten:

Genetische analyse van het koppel

  • Karyotypes: Het gaat om de bepaling van de chromosomale formule van het koppel. Het normale karyotype van een vrouw is 46XX en die van een man 46XY.
  • Chromosoomstudie van de spermacellen: door de FISH techniek kan het onderzoek van de 5 chromosomen gedaan worden waarvan de afwijkingen vaker worden geassocieerd met abortus en implantatiefouten.

Hysteroscopie:

Het stelt ons in staat afwijkingen in de baarmoederholte uit te sluiten

Antifosfolipidenantistoffen:

Dit omvat de studie van antilichamen lupus, anticardiolipine en B2-glycoproteïne.

Trombofilie:

Dit is de studie van factoren die betrokken zijn bij het bloedstollingsmechanisme. Het kan met een bloed- of speekselmonster worden uitgevoerd.

Studie van het baarmoederslijmvlies:  

Het gaat om een ​​biopsie van het baarmoederslijmvlies op een bepaald punt in de menstruatiecyclus waarin we de volgende tests kunnen uitvoeren:

  • Baarmoederslijmvliesontvankelijkheid: bestudeert de implantatiekans om te bevestigen dat wanneer het embryo wordt overgedragen het baarmoederslijmvlies ontvankelijk is.
  • Bepaling van de NK-cellen: Bestudeert de niveaus van bepaalde ontstekingscellen die de implantatie kunnen verstoren.
  • Baarmoederculturen: Om asymptomatische infecties m.b.t. de baarmoeder uit te sluiten.

Hormoon analyses

  • De ovariële reservetests kunnen ons wijzen op problemen in de eicellen.
  • De analyse van de schildklierfunctie omvat de studie van de hormonen TSH en T4L.